Ski-ongeluk

Ski-ongelukken zijn niet ongewoon in de wintersport. Volgens het Oranje Kruisboekje EHBSO komt skiën/snowboarden op de vierde plaats in de top tien van sporten met het hoogste aantal sportletsels. Maar wat te doen na een ski-ongeval? We geven je een stappenplan hoe je het beste kunt handelen. Of bekijk direct onze video ‘wat te doen bij een ongeval’.

Wat zijn veel voorkomende skiblessures?

Uit cijfers blijkt dat één op de zeventien wintersporters geblesseerd raakt tijdens een ski-ongeluk. Een knieblessure is bij skiërs verreweg het meest voorkomende letsel. Hierbij is letsel aan de kniebanden als gevolg van een verdraaiing van de knie tijdens een val de meest voorkomende blessure. Daarnaast zijn er de verrekte of gescheurde banden en pezen, botbreuken, hoofdletsel en de bekende skiduim. Gelukkig is een groot gedeelte van deze blessures op te lossen door het dragen van de juiste lichaamsbescherming. Daarnaast is je fysieke conditie ook een bepalende factor. Ga daarom goed voorbereid op vakantie. SneeuwFit is bijvoorbeeld een trainingsprogramma voor het verbeteren van je spierkracht en uithoudingsvermogen.

Wat doe je bij een ski-ongeluk?

Je bent lekker aan het afdalen, prima sneeuwdek, niets aan de hand. Plots maakt iemand uit je groepje een onverwachte val en landt lelijk op zijn heup. Opstaan gaat niet, want hij kan geen kracht zetten op zijn benen. Dan is het belangrijk om te weten hoe jij je medevakantieganger kunt bijstaan bij zo’n ski-ongeluk.

EHBO-regels voor bij een ski-ongeluk

Als iemand gewond raakt bij een ski-ongeluk op de piste, is elke skiër of snowboarder – en zeker een instructeur – verplicht hulp te verlenen (FIS-pisteregel nr. 9). Nadat een wintersportongeval heeft plaatsgevonden moeten de volgende EHBO-regels in acht worden genomen:

  1. Let op gevaar.
  2. Ga na wat er is gebeurd en wat iemand mankeert.
  3. Stel het slachtoffer gerust.
  4. Zorg voor deskundige hulp.
  5. Help iemand op de plaats waar hij ligt of zit.

Van de laatste regel kan worden afgeweken als de toestand van het slachtoffer dat toelaat. Het kan namelijk veiliger zijn het slachtoffer te verplaatsen, ter voorkoming van meer ongevallen. Is het verplaatsen door de ernst van het letsel niet mogelijk, markeer dan de plaats van het ski-ongeval met behulp van twee gekruiste ski’s, of leg ski’s of snowboard(s) met de bindingen op de grond. Zet de rest van je groep op een veilige plaats.

Adequaat handelen na een ski-ongeluk

Blijf rustig, ook al is het een zeer ernstig ski-ongeval. Kalmte en rust helpen je om boven de situatie te staan en adequaat te handelen. Zorg als het letsel dat toelaat dat het slachtoffer op een jas komt te liggen en wordt toegedekt met een andere jas (een aluminiumfolie deken is nog beter). Verwijder het snowboard of de ski’s van het slachtoffer door de binding voorzichtig met de hand te openen. Maak de schoenen los om de bloedtoevoer te bevorderen, maar doe ze nooit uit. Vermoed je voet- of onderbeenletsel? Laat de schoen dan dicht zitten. Hierdoor kunnen zwellingen worden voorkomen. Lokaal koelen bij bijvoorbeeld het verdraaien van de knie is, gezien de aanwezigheid van sneeuw, een eenvoudig karwei. Zorg er echter altijd voor dat er een laagje kleding tussen de huid en de sneeuw zit om bevriezing te voorkomen.

Hulp halen na een ski-ongeluk

Zorg dat er door minimaal twee (liefst drie) goede skiërs/snowboarders hulp gehaald wordt en blijf zelf bij de gewonde achter. Om snel ter plaatse te kunnen zijn en adequaat hulp te verlenen is het belangrijk dat degene die hulp haalt de plaats van het ski-ongeluk en de vermoedelijke aard van het letsel weet. Als ezelsbruggetje om de meest belangrijke informatie te kunnen vertellen, gebruiken we de WWWW:

  • Waar is het gebeurd?
  • Wat is er gebeurd?
  • Wie is het slachtoffer?
  • Wie belt de redding?

Elke piste is genummerd; dit nummer staat aangegeven op de markeringsborden langs de randen van de skipiste. Hieronder staat meestal nog een nummer vermeld: dit is het nummer van het markeringsbord. Ontbreekt dit laatste nummer, pak dan je skikaartje en geef hierop zo nauwkeurig mogelijk aan waar het slachtoffer zich bevindt. Je kunt hulp halen bij elke bemande liftpost die zich bij het begin van de skilift bevindt. Meestal is daar een telefoon, zodat de dichtstbijzijnde EHBO-post gewaarschuwd kan worden. Laat de boodschapper terugskiën, zodat je weet dat er hulp komt.

Neem legitimatie mee

Neem altijd een legitimatiepas (FIS-regel nr. 10) en liefst ook een verzekeringspas (bijvoorbeeld je NSkiV-pasje) mee als je ’s ochtends naar buiten stapt. Hierdoor zijn meerdere (medische) gegevens van het slachtoffer bekend indien er een ongeval plaatsvindt.

Checklist na een ski-ongeluk

De geblesseerde dient onmiddellijk door een arts te worden bekeken bij:

  • Bewusteloosheid (ook kortdurend) of blijvende hoofdpijn.
  • Misselijkheid, braken, duizeligheid, geheugenverlies na een blessure aan het
  • hoofd (of val op het hoofd).
  • Ademhalingsmoeilijkheden na een blessure aan hoofd, keel of borstkas.
  • Pijn in de rug of nek, al dan niet met uitstraling naar de armen of benen.
  • Buikpijn.
  • Bloed in de urine.
  • Botbreuk of het vermoeden van een botbreuk.
  • Ernstig gewrichts- of bandletsel, ernstig letsel aan spieren of pezen.
  • Ontwrichting.
  • Letsel aan het oog.
  • Diepe, bloedende wonden.
  • Letsels met hevige pijn.
  • Onzekerheid omtrent de aard, uitgebreidheid en eventuele behandeling van het letsel.

De geblesseerde moet binnen 24/48 uur door een arts gezien worden bij:

  • Blijvende last van spier- of peesletsel.
  • Blijvende last van gewricht- of bandletsel.
  • Als er alsnog onzekerheid is omtrent de aard en behandeling van de blessure.

TIP: Draag je een rugzak tijdens het wintersporten? Stop daar dan een EHBO-set in. Deze zijn licht, nemen weinig ruimte en zijn reuze handig bij een ski-ongeluk.

Lees meer over ski-ongelukken