Hoogteziekte

Hoogteziekte is niet alleen iets voor Nepal. Ook in de Alpen kan deze wintersportklacht zich voordoen. In het voorseizoen zijn de hooggelegen skigebieden en gletsjers zeer in trek vanwege de sneeuwzekerheid. Een kwart van de wintersporters die op een hoogte van minstens 1.500 meter verblijft, krijgt echter last van hoogteziekte. Meestal zijn de symptomen onschuldig en van voorbijgaande aard. Soms ook niet.

Hoe voelt hoogteziekte aan?

Je bent een paar dagen geleden aangekomen op je eindbestemming. Je voelt je prima, maar je bent wel doodmoe. Komt waarschijnlijk door de reis, denk je, en je besluit vroeg onder de wol te kruipen. Maar ondanks je vermoeidheid slaap je beroerd. De volgende dag word je nauwelijks uitgerust wakker, en bovendien ben je misselijk en heb je last van gillende hoofdpijn. Het is dat je gisteren niet hebt gedronken, anders zou je zweren dat je een kater hebt. En als je jezelf dwingt om de gordijnen open te trekken, snap je ineens waarom de zonnebril zo’n nuttige uitvinding is. Het licht doet pijn aan je ogen.
Als je jezelf in die bovenstaande beschrijving herkent, dan heb je waarschijnlijk symptomen van hoogteziekte – of morbus montanus, zoals het in oude medische handboeken heet.

Hoe ontstaat hoogteziekte?

Hoogteziekte ontstaat doordat er op grotere hoogten minder zuurstof in de lucht zit, en het lichaam onvoldoende zuurstof binnenkrijgt. Eigenlijk speelt hoogteziekte op grotere hoogten, boven de 3.000 meter. Alpinisten, wetenschappers en mensen die hoog in de bergen in de mijnbouw werken krijgen er gegarandeerd mee te maken. Inderdaad, wintersporters komen zelden boven de 3.000 meter. Maar op een hoogte van 1.500 tot 3.000 meter is de hoeveelheid zuurstof al duidelijk verminderd.

Wie is vatbaar voor hoogteziekte?

We zeggen het er maar meteen bij dat kwetsbaarheid voor hoogteziekte voor het overgrote deel een aangeboren eigenschap is. Als je al eens eerder hoogteziekte hebt gehad, zal je de volgende keer op wintersport waarschijnlijk weer met het fenomeen te maken krijgen. Zorgen dat je in een goede conditie bent voordat je op wintersport gaat is om duizend en één redenen uiteraard aan te bevelen, maar een goede conditie is geen garantie dat je geen last krijgt van hoogteziekte. Maar ook als je tot die 25 procent behoort, kun je waarschijnlijk prima op wintersport. Als je tenminste de juiste voorzorgsmaatregelen treft.

Hoe voorkom je hoogteziekte?

Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Daarom kun je maar beter zes onderstaande tips toepassen als je geen last wilt krijgen van hoogteziekte tijdens je wintersportvakantie.

1. Neem de tijd

Voor wintersporters die last krijgen van hoogteziekte is het een geluk bij een ongeluk dat hoogteziekte praktisch altijd van voorbijgaande aard is. Het lichaam past zich binnen enkele dagen aan. Soms is het voldoende om na aankomst een dag rustig aan te doen, soms duurt het wat langer. Soms, maar gelukkig niet vaak, kan het wel vijf dagen duren voordat wintersporters volkomen geacclimatiseerd zijn. Op het internet lees je soms dat die aanpassing inhoudt dat het lichaam meer zuurstof-transporterende rode bloedcellen aanmaakt. Dat gebeurt inderdaad als je in een omgeving met minder zuurstof verblijft, maar het duurt lang voordat de concentratie rode bloedcellen merkbaar is toegenomen. De aanpassing die wintersporters al na enkele dagen ervaren heeft daarmee weinig van doen, en heeft meer te maken met een diepere ademhaling en een hartspier die met meer kracht het bloed door het lichaam pompt.

Verminderd aanpassingsvermogen

Bij mensen met een longziekte of een hart- of vaatziekte kan dat aanpassingsvermogen, door hun ziekte of door hun medicijnen, zijn verminderd. Daarom is het voor hen verstandig om, voordat ze besluiten om op wintersport te gaan, eerst advies van hun huisarts te vragen. Omdat het vermogen van het lichaam om zuurstof op te nemen ook vermindert door veroudering, geldt hetzelfde voor 55-plussers.

2. Stijg in stappen

Als je vakantiebestemming boven de 2.000 meter ligt, overweeg dan je vakantie te plannen in etappes om hoogteziekte te vermijden. Verblijf eerst een paar dagen op een hoogte van 1.500 meter, zodat je lichaam alvast kan wennen aan de zuurstofarme atmosfeer. Dat betekent niet dat je gedurende die eerste etappes niet de gletsjers op kunt. Overdag kun je gerust de 2.000 meter-grens overschrijden. Als je ’s nachts maar niet op die hoogte slaapt. Je hartslag vertelt je of je bent geacclimatiseerd. Als je hart in rust minder dan 100 slagen per minuut maakt, ben je klaar voor de volgende stap.

3. Huur een tent

Als het niet mogelijk is om je vakantie in etappes te plannen, en je vrijwel zeker weet dat hoogteziekte je vakantieplezier gaat vergallen, kun je overwegen om een paar weken voordat je op wintersport gaat een hoogtetent te huren die je over je bed kunt plaatsen. Als je erin slaapt, went je lichaam alvast aan een zuurstofarme omgeving. Je kunt al een hoogtetent huren vanaf 130 euro per week. Je kunt verhuurbedrijven vinden via Google.

4. Drink voldoende

Wat er tijdens hoogteziekte precies fout gaat in het lichaam is nog niet precies bekend, maar op de één of andere manier zorgt het tekort aan zuurstof voor een verstoring van de hormonen die de vochtbalans reguleren. Sommige van die hormonen stimuleren de aanmaak van urine, andere hormonen laten het lichaam juist vocht vasthouden. Als mensen die normaliter op zeeniveau leven de bergen in gaan, worden in eerste instantie de hormonen actiever die de productie van urine stimuleren. Ongemerkt kunnen ze daardoor vocht verliezen, en last krijgen van milde uitdrogingsverschijnselen. De hoofdpijn die steevast bij hoogteziekte om de hoek komt kijken is voor een gedeelte een gevolg van die uitdroging. De oplossing ligt voor de hand: meer drinken. Een goede graadmeter voor de vochtspiegel is de kleur van de urine. Zolang die helder en doorzichtig is, is de vochtbalans meestal in orde. Afgaan op het dorstgevoel is onverstandig. Dat gevoel is op grote hoogte onbetrouwbaar. Alcoholische dranken zijn niet geschikt om de vochtspiegel op peil te houden. Alcohol drijft vocht af. Het gebeurt trouwens ook wel eens dat mensen in de bergen juist meer vocht gaan vasthouden, en tijdelijk zelfs een paar kilo zwaarder worden. Die extra kilo’s verdwijnen gelukkig binnen enkele dagen na terugkeer.

5. Te ziek? Daal af!

Eigenlijk is hoogteziekte een verzameling van ziekten. In dit blog hebben we het alleen gehad over de meest onschuldige variant, maar laaglanders die boven de drie kilometergrens gaan bivakkeren kunnen ook met meer serieuze varianten te maken krijgen. Bij extreem gevoelige individuen gebeurt dat soms al eerder, bijvoorbeeld op een hoogte van ongeveer 2.000 meter. Ze kunnen onder meer last met ademen krijgen. In dat geval is er maar één remedie: niet wachten, maar zo snel mogelijk afdalen.

6. Medicijnen

Als je tijdens het acclimatiseren last hebt van hoofdpijn, kun je die bestrijden met good old paracetamol. Twee tabletten van 500 milligram per dag zouden in de meeste gevallen genoeg moeten zijn. Pas op met hogere doses, want die kunnen weer hoofdpijn veroorzaken. Een medicijn dat specifiek de symptomen van hoogteziekte aanpakt is acetazolamide, dat op de markt is als Diamox. Het is alleen op recept verkrijgbaar. Acetazolamide is een diureticum, het is niet voor iedereen geschikt, maar het is een uitkomst voor wintersporters die aan een paar dagen acclimatiseren niet genoeg hebben. Je begint het een dag voor je vakantie te gebruiken en gaat daar twee dagen na aankomst mee door. Normaliter gebruik je acetazolamide ’s ochtends en ’s middags in twee doses van 125 milligram. Op die manier voorkom je dat je ’s nachts met een plasdrang wakker wordt. Bij normaal gebruik is acetazolamide niet gevaarlijk.

Bijwerking hoogteziektemedicijnen

Een bijwerking waarmee sommige wintersporters het misschien moeilijk zullen hebben, is dat bier niet meer goed smaakt als je acetazolamide gebruikt. Overstappen op fris heeft in dit geval geen zin. Als je acetazolamide slikt, smaakt alles met bubbels slecht.

Symptomen hoogteziekte

Al de onderstaande punten zijn kenmerken van hoogteziekte. Op hoogte is de stelregel dat dit allemaal sowieso hoogteziekte is totdat het tegendeel (griep, verkoudheid etc.) bewezen is.

  • kortademigheid;
  • hoofdpijn;
  • misselijkheid;
  • slecht slapen;
  • gebrek aan eetlust;
  • onregelmatige ademhaling in de slaap;
  • verlaagde urineafgifte;
  • licht oedeem op handen, voeten en gezicht;
  • tintelende vingers.

Bij het stijgen naar extreme hoogtes kan er ook hersenoedeem en longoedeem ontstaan. Kenmerken van hersenoedeem:

  • zware hoofdpijn (die niet verdwijnt met pijnstillers);
  • verlies van coördinatie, geheugenverlies, sufheid e.d.;
  • onverschillig, apathisch gedrag;
  • vreemd gedrag, dubbelzien, hallucinaties;
  • epileptische aanvallen;
  • verlammingsverschijnselen.

Kenmerken van longoedeem:

  • abnormale oververmoeidheid, moeilijk ademhalen (ook bij rust), snelle hartslag;
  • bloed opgeven: ophoesten van roze, roestkleurig slijm;
  • blauwachtige lippen en/of nagels;
  • bewusteloosheid.